Stel: de aanhang van je buurtcomité of actiegroep groeit stevig aan. Jullie acties worden groter, evenementen trekken meer volk aan en ook de budgetten beginnen misschien steeds steviger te worden. Op dat moment botst een gewone ‘feitelijke vereniging’ op haar grenzen. Dan kan het zinvol en vooral veiliger zijn om jouw ‘feitelijke vereniging’ om te vormen tot een echte ‘vzw’. Klinkt enger dan het is.
Wij verzamelden de grootste mythes die hierover bestaan en zetten op een rijtje wat hiervoor moet gebeuren.
Mythe 1: Je hebt een leger aan bestuurders en vrijwilligers nodig
Een vzw klinkt groots, je hebt dan ook heel wat mensen nodig om het te doen bollen, toch? De wet is hier echter ontzettend soepel in: twee personen zijn al voldoende om samen een vzw uit de grond te stampen.
Kijk dus gewoon naar de mensen die je al hebt verzameld. Wie daarvan wil zich engageren voor de oprichting van de vereniging? Heeft iemand de nodige kennis daarover? Wie wil eventueel een bestuursfunctie opnemen? Wie zou een bekwame voorzitter kunnen zijn die het initiatief geloofwaardig kan vertegenwoordigen bij lokale politici?
Je moet trouwens niet al je medestanders verzamelen in de formele organen van de vzw en je kan interessante mensen ook op een losse basis betrekken bij jouw initiatief. In dit interview met burgerinitiatieven vind je daarvan enkele treffende voorbeelden.
Mythe 2: Een vzw opstarten is een enorme papierwinkel
Een vzw heeft nood aan statuten. Een zwaar woord, maar eigenlijk valt dit enorm mee. Je hoeft helemaal niet langs de notaris voor een duur en ingewikkeld dossier. Je mag jullie documenten gewoon zelf opmaken (een zogenaamde ‘onderhandse akte’).
FAQ: Wat moet er in de statuten?
- naam en gewest (adres) van de zetel van de vzw
- doel en activiteiten
- minimaal ledenaantal
- voorwaarden voor de toetreding en uittreding van leden
- bevoegdheden van de A.V., bijeenroeping, bekendmaking van besluiten
- benoeming tot, beëindiging van en duur van bestuursmandaten
- benoeming en bevoegdheid van vertegenwoordigers
- maximaal bedrag van de ledenbijdrage
- duurtijd van de vzw (onbeperkt of …)
- bestemming van het vermogen bij ontbinding
Hou de statuten zo soepel mogelijk. Noteer alleen strikte, dwingende regels die echt belangrijk zijn. Je kan altijd soepele statuten hebben en meer ambitieuzere streefdoelen: bv. een haalbaar aantal bestuursleden als minimum vastleggen, maar op meer mikken?
Mythe 3: Je hebt een gigantisch startkapitaal nodig.
In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, heb je voor een vzw geen gigantisch wettelijk minimumkapitaal nodig, zoals dat bij sommige commerciële vennootschappen wel het geval is. Je hoeft dus zeker geen uitgebreide wafelverkoop op poten te zetten.
Na de startvergadering bezorg je de goedgekeurde statuten en oprichtingsakte aan de griffie van de ondernemingsrechtbank. Zij zorgen ervoor dat de vzw officieel gepubliceerd wordt in het Belgisch Staatsblad. Dat is meteen ook de enige echte opstartkost: voorzie hiervoor een bescheiden budget van ruwweg 177 tot 245 euro.
Zodra die publicatie rond is, loopt de rest vanzelf: de vzw wordt (voorlopig automatisch) ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) en jullie krijgen een officieel ondernemingsnummer.
FAQ: Mogen vzw’s winst maken?
Tegenwoordig mogen vzw ook economische activiteiten ontplooien en winst maken, zolang je die middelen terug inzet voor het belangeloos doel van de vereniging. En die dus bijvoorbeeld niet verdeeld onder de bestuursleden.
Mythe 4: Een vzw beheren is zwaar werk
Proficiat, jullie hebben de vzw opgericht! En nu? Het runnen van een vzw is zeker geen tweede voltijdse job, zolang je bepaalde zaken in het oog houdt. Ook elders in dit vzw-dossier gaven enkele burgercomités aan dat de voordelen voor een vzw opwegen tegen de nadelen.
Hou een overzichtelijk verenigingsdossier bij. Dit kan een online map zijn met daarin een (elektronische) ledenregister met de naam, woonplaats en datum van toe- en uittreding, alle verslagen en beslissingen van Bestuursorgaan en AV, ondertekend door de voorzitter en alle bestuurders die daarom vragen, de boekhoudkundige documenten en (eventueel) het inyterne reglement.
Open een rekening op naam van de vzw. Zo blijven de inkomsten van jullie acties en de privérekeningen strikt gescheiden. Dat bespaart je achteraf een hoop uitzoekwerk én tijd.
Mythe 5: Het beleid werkt alleen samen met vzw’s
Het klopt niet dat beleidsmakers niet met losse, informele groepen willen werken… en toch ook weer een beetje wel. Tijdens een interview over actievoeren vertelt de Genkse schepen Alessandro Cucchiara dat het voor hem geen verschil maakt op welke manier burgers zich organiseren. Sterker nog hij ziet de stijgende kracht van die nieuwe, informele projecten. Ook met deze nieuwe initiatieven moeten beleidmakers aan tafel zitten. Dus vzw’s hebben zeker niet bij alle politici een voorsprong.
Maar bij datzelfde interview verwijst de Brusselse schepen Frederik Ceulemans wel naar een formeel verschil: een burgerinitiatief dat 500 bomen wil planten, kan hij niet zo maar subsidies toekennen. Het stadsbestuur kan dat alleen aan vzw’s. Maar om naar hun boodschap te luisteren, maakt dat geen verschil: ‘Bij eender wie mij uitnodigt, kom ik luisteren.’
Sommige burgercomités hebben zelf wel de indruk dat ze als vzw ‘professioneler’ overkomen bij het beleid. Maar voor overleg en inspraak lijkt dat niet noodzakelijk veel verschil te maken, bij bepaalde formele regels en procedures duidelijk wel.




